Deze culturele duivel-doet-al is stilaan een begrip
geworden in Tessenderlo. Tal van Looise verenigingen,
raden, commissies en werkgroepen mochten, en mogen
nog steeds, een beroep doen op zijn enthousiaste inzet
en zijn gedrevenheid om kwaliteit te leveren, als
organisator, ideeëntank en auteur van publicaties.
Zo is hij al bijna 40 jaar een gewaardeerd lid van de
Gemeentelijke Cultuurraad (waarvan 14 jaar als voorzitter).
Ook in de Looise Kunstkring is hij al decennialang actief.
Hier trok hij tien jaar de kar (1983-2003). Zijn opleiding als historicus komt tot haar recht in een
aantal tijdschriftartikels en brochures rond lokale
geschiedenis. Uit zijn pen vloeien daarnaast ook literaire
creaties: reisverhalen, maatschappijkritische stukjes
en af en toe poëzie.
Een gedicht als 'Tiendenschuur' weeft zijn liefde voor
de taal en zijn bekommernis om het culturele erfgoed
harmonieus in mekaar.

De stoppelvelden van het Liebroek
hebben plaats geruimd voor maïs.
Hagen van meidoorn en knotwilg zijn geslecht.
De stank van drijfmest
doet de geur van hooi en graan haast vergeten.

Toch hoor je met enige goede wil
nog het vloeken van de voerman
boven het gemopper over tienden en cijnzen.
Met enige verbeelding
ruik je nog de dampende paardenlijven
en zie je nog de logzware wagens
de hoge oosterpoort binnenzwoegen
en langs de lage westerpoort weer wegdokkeren.

In de winterse sneeuw
heb je zelfs geen verbeelding nodig…
Ook dit was ooit het land van Bruegel,
van Vastenavond en Dulle Griet.
Wie zegt dat Looi geen verleden heeft?
Is dit geen klein Ter Doest?

Maar deze Tiendenschuur verkommert,
de Kerkhoeve vergaat,
de eiken sneuvelen…
Looi draagt zijn verleden ten grave.

Leo Henkens 1994

Z_CURSUSSEN